Kunstwerk uitgelicht

Elke maand vindt u hier een kunstwerk uit de vaste collectie uitgelicht.

Charles-François Daubigny – Jaagpad langs de oever van de Oise

Het landschap rondom de Oise was een geliefd onderwerp van Daubigny. Als kind groeide hij op in de vallei van deze rivier en vanaf 1860 woonde en werkte hij er. Op dit schilderij zien we hoe een stel paarden een vrachtboot vanaf het jaagpad langs de rivier trekt (‘jaagt’).

Het schilderij is onlangs onderzocht en behandeld door een restaurator. Tijdens de restauratie zijn onder andere de vergeelde vernis en verkleurde aanpassingen van vroegere restauraties (retouches) verwijderd. Hierdoor zijn de kleuren en penseelstreken weer goed zichtbaar geworden.

De keuze voor dit grote formaat doek, dat heel geschikt is voor panoramische landschappen, is kenmerkend voor Daubigny. Het schilderij is schetsmatig uitgevoerd, zoals gebruikelijk bij zijn late werk. Het is niet voltooid en het bleef ongesigneerd en ongedateerd.

Tijdens het onderzoek kwam naar voren dat onder de voorstelling iets anders geschilderd was:  op een infraroodfoto zien we op de plek van de paarden een boerderij staan. Om onbekende redenen heeft Daubigny er Jaagpad aan de oevers van de Oise overheen geschilderd.

————————————————————————————-

Charles-François Daubigny - Jaagpad langs de oever van de Oise

Jaagpad aan de oevers van de Oise tijdens
het verwijderen van de vergeelde vernislaag.

Charles-François Daubigny (1817-1878)
Jaagpad langs de oever van de Oise

ca. 1875, olieverf op doek
De Mesdag Collectie, Den Haag

Kraanvogels

Naast schilderijen en tekeningen bezat Mesdag ook een grote hoeveelheid toegepaste kunst. Hij decoreerde er zijn huis en museum mee. Geheel in de geest van zijn tijd verzamelde hij Japanse objecten. Aziatische kunstnijverheid was in de 19de eeuw namelijk bijzonder gewild. De kraanvogels behoren tot de meest aantrekkelijke voorwerpen uit de collectie van Mesdag.

In Japan is de kraanvogel een gelukssymbool. Zij brengen bijvoorbeeld een lang leven. Wie duizend papieren kraanvogels vouwt, mag volgens de legende een wens doen. Deze exemplaren zijn trefzeker en elegant neergezet. De anonieme maker heeft de detaillering in het verenkleed, de poten en de tenen zelfverzekerd uitgevoerd. Mesdag kocht dit paar kraanvogels in 1889 bij de kunsthandel Van Wisselingh in Den Haag, een van de belangrijkste handelaren voor Aziatische kunstnijverheid in Nederland. De Japanners maakten veel objecten speciaal voor de export, waarschijnlijk ook deze vogels. Ze staan nu te pronken in een vensterbank van De Mesdag Collectie. Aangezien ze meer dan twee meter hoog zijn, waren ze vermoedelijk niet voor binnen bedoeld maar voor in de tuin.

 

 

 

————————————————————————————–

Kraanvogel 19de eeuw, geelkoperlegering Japan. De Mesdag Collectie, Den Haag

Kraanvogels

19de eeuw, geelkoperlegering Japan
De Mesdag Collectie, Den Haag

Jean-François Millet – Hagar en Ismaël

In de zomer van 1848 ontving de Parijse kunstenaar Millet de opdracht van de Franse regering om de Bijbelse vertelling van Hagar en Ismaël te schilderen. De dienstmeid Hagar schonk Abraham een zoon, Ismaël, omdat zijn eerste vrouw Sara kinderloos bleef. Toen Sara toch een zoon ter wereld bracht, zond Abraham de dienstmeid met Ismaël de woestijn in.

Millet verbeeldt het dramatische moment waarop Hagar zich afwendt van haar zoon. Zij kan het niet verdragen hem te zien sterven van de dorst. De schilder concentreerde zich op de figuren. Zo gaf hij de essentie van het verhaal weer: het menselijk lijden. Millet wijkt af van wat in die tijd gebruikelijk was voor dergelijke Bijbelse voorstellingen: er zijn bij hem geen historische attributen of kleding te zien.

Hoewel het schilderij in een vergevorderd stadium was, zou Millet het nooit afmaken. Dat heeft misschien met zijn vertrek naar Barbizon te maken.  In juni 1849 ging hij daar voorgoed heen, om zich toe te leggen op het schilderen van landschappen en boerenscènes. Dit grote doek bleef de rest van zijn leven onvoltooid in een hoek van het atelier staan.

————————————————————————————–

Jean-François Millet (1814-1875), Hagar en Ismaël, 1848-1849, olieverf op doek. De Mesdag Collectie, Den Haag

Jean-François Millet (1814-1875)
Hagar en Ismaël

1848-1849, olieverf op doek
De Mesdag Collectie, Den Haag

Anton Mauve – Ezelstandplaats op het strand te Scheveningen

Scheveningen was in de 19de eeuw al een toeristische trekpleister voor stedelingen uit Den Haag en omstreken. Ook veel kunstenaars van de Haagse School gingen erheen om de zee en de badgasten vast te leggen.  Mauve schilderde hier de standplaats voor de ezels waarop kinderen voor een klein bedrag een rondje konden rijden. Mesdag had grote bewondering voor het werk van Mauve, hij verwierf in totaal veertien van zijn schilderijen en tekeningen.

Het schilderen van dieren was Mauves specialisme. De voorste ezel is meer uitgewerkt dan de mensen en de andere ezels. Alleen hun oortjes steken uit boven het hek. Mauve heeft de chaotische groep dieren op één plek in het schilderij geplaatst. Aanvankelijk had hij aan de kustlijn een vissersboot weergegeven, maar die heeft hij overgeschilderd. Doordat het vergezicht leeg is gelaten, gaat alle aandacht naar het groepje mensen en dieren. Zelfs het bordje op de paal is door Mauve parallel aan het hek geschilderd, terwijl we weten dat het in de werkelijkheid dwars op het hek geplaatst was. Zo werd de compositie nog evenwichtiger.

————————————————————————————–

Anton Mauve (1838-1888) Ezelstandplaats op het strand te Scheveningen ca. 1876, Olieverf op doek De Mesdag Collectie Den Haag

Anton Mauve (1838-1888)
Ezelstandplaats op het strand te Scheveningen

ca. 1876, Olieverf op doek
De Mesdag Collectie Den Haag

Saskia Laurant – De Tent

Een gastobject ter gelegenheid van de tentoonstelling Hoe verzamelt een kunstenaar?

In het geruite zomerbloesje kreeg ze haar eerste zoen. Voor de felbegeerde eerste Levi’s 501 spijkerbroek had ze ijverig gespaard. De dierbare trui die haar oma breide, maar ze nooit droeg, omdat hij eigenlijk niet paste. Een greep uit de kleren van Saskia Laurant uit haar middelbareschooltijd. Ze draagt ze niet meer, maar koestert de verhalen en herinneringen die er onlosmakelijk mee verbonden zijn. Laurant kan ze niet weg gooien, maar wil de kleren ook niet in vuilniszakken achter zich aan blijven slepen.

Saskia Laurant besloot van de kleren een tent te maken om af en toe terug te kunnen naar die tijd. De lekker warme en zachte kleren op de grond om in te nestelen en te mijmeren over vervlogen tijden. De luchtige en transparante kleren gebruikte ze voor het dak om toch ook naar buiten te kunnen kijken.

De kleurrijke tent hangt aan vele touwen aan de eeuwenoude beuk in de tuin van het voormalige woonhuis van Mesdag. Het is een onderdeel van de tentoonstelling Hoe verzamelt een kunstenaar? in De Mesdag Collectie, te zien van 14 december 2013 t/m 12 januari 2014. Een tentoonstelling van acht hedendaagse kunstenaars, voor wie verzamelen een belangrijke rol speelt in hun werk.

————————————————————————————–

Saskia Laurant – De Tent

Saskia Laurant
De Tent

Théodore Rousseau – Het afdalen van de kudde in het hooggebergte van de Jura

Het is nu moeilijk voor te stellen, maar dit was ooit een van de mooiste schilderijen van Théodore Rousseau. Helaas is er weinig over van de oorspronkelijke glorie.

In oktober 1834 tekende Rousseau in de bergen een indrukwekkende optocht van een kudde koeien, die hij in zijn atelier in Parijs uitwerkte tot dit grote schilderij. Het zorgde voor veel commotie in de kunstwereld, omdat het geweigerd werd door de behoudende jury van de jaarlijkse Salon. Belangrijke critici en kunstenaars zagen het schilderij juist als een icoon van moderne landschapsschilderkunst, vanwege de rijke kleuren en directe weergave van de natuur.

Al snel hierna begon een proces van aftakeling. De kleuren verdonkerden en de verflagen barstten. Recent technisch onderzoek toonde aan dat dit is veroorzaakt door chemische processen in de verf.  Het groen, dat de voorstelling oorspronkelijk domineerde, is daarbij definitief verdwenen.  Toch kocht Mesdag het schilderij in deze verwoeste staat aan, samen met een voorstudie in olieverf. Door deze kleinere olieverfschets hebben we toch een indruk van Rousseaus oorspronkelijke intenties.

————————————————————————————–

Théodore Rousseau (1812-1867), Het afdalen van de kudde in het hooggebergte van de Jura (schets),detail. 1834-1835, olieverf op doek. De Mesdag Collectie, Den Haag

Staf met duivelskop

Voor wie is deze staf gemaakt en waar was hij voor bedoeld? Verrassend veel bezoekers van de tentoonstelling Verbeelding van de Oriënt  hebben gedurende de zomer van 2013 hun fantasie de vrije loop gelaten.

De drie meest opmerkelijke inzendingen zijn inmiddels beloond. Jascha Cavia noemde de staf een dzoeng en tekende erbij hoe hij van pas kwam bij processies: met stinkend fruit erop gespiest en met vlammen uit de oren leek hij haar heel geschikt om de duivel mee af te weren. Lineke van der Weij-Noorda zag op haar beurt voor zich hoe een luie sultan er vanuit zijn stoel fruit mee plukte. Ook een rivaal op liefdesgebied kon hij er bij gelegenheid mee opprikken. De heer Temminck Tuinstra kwam nog het meest in de buurt van de ware toedracht: hij noemde het een djinnstaf, die zou spreken wanneer een derwisj-danser in extase raakte.

Maar wat stelt het nu echt voor? Het is inderdaad de staf van een derwisj, een islamitische mysticus. Deze moslim probeert niet alleen via religieuze voorschriften tot God te komen, maar vooral door intensieve beleving vanuit het hart. Derwisjen moeten een lange weg afleggen om de eenheid met God te bereiken. Dit doen zij meestal als lid van een mystieke orde, soms met zang en dans, zoals de beroemde dansende derwisjen van Konya in Turkije, maar soms ook soms in afzondering en ontbering.

Deze Perzische staf hoort, net als een bedelnap, tot de rituele uitrusting van zo’n zwervende ‘monnik’. Hij  wordt niet in de strijd gebruikt, maar symboliseert, met zijn duivelskop, de strijd tegen het kwaad in de eigen ziel.

————————————————————————————–

Rituele staf van een derwisj, z.j., ijzerlegering, Iran

Rituele staf van een derwisj, z.j.

ijzerlegering, Iran

Camille Corot – Krijtrotsen bij Yport

Camille Corot schilderde dit kustgezicht op de zonnige morgen van 24 juli 1872. Ondanks zijn hoge leeftijd, hij was al 76, reisde hij dat jaar met een tomeloze energie door Frankrijk. Van 20 tot 28 juli verbleef hij, samen met twee bevriende kunstenaars, aan de Normandische kust. Corot maakte dit schilderij op het strand bij Yport. Hij tekende eerst de belangrijkste contouren op het doek, om vervolgens in één keer het strand, de rotsen, de zee en de lucht te schilderen. De figuren op de voorgrond voegde hij pas later toe. Het schilderij is een prachtige impressie van het morgenlicht. Het Saint Louis Art Museum bezit een vergelijkbaar schilderij, dat Corot in dezelfde week in Etretat – 10 kilometer ten zuiden van Yport – heeft geschilderd. Hier ligt de nadruk echter meer op de ongebruikelijke compositie, die mogelijk de invloed van de fotografie verraadt. Mesdag kocht de Krijtrotsen bij Yport voor een aanzienlijk bedrag bij een Parijse kunsthandelaar in 1884, negen jaar na Corots dood.

————————————————————————————–

Camille Corot (1796 - 1875), Krijtrotsen bij Yport, 1872 . Olieverf op doek. De Mesdag Collectie, Den Haag

Camille Corot (1796 - 1875)
Krijtrotsen bij Yport

1872 . Olieverf op doek
De Mesdag Collectie, Den Haag

John Singer Sargent – Egyptische indigoververs

De Mesdag Collectie is het enige museum in Nederland dat een schilderij van de bekende Amerikaanse portretschilder John Singer Sargent bezit. Met Egyptische indigoververs laat Sargent  een glimp zien van het dagelijks leven in het Midden-Oosten, zoals hij dat aantrof op een van zijn reizen.

De drie mannen op dit schilderij dragen enigszins rommelig ogende tulbanden en hun handen zijn blauw van de kleurstof waarmee zij werken. Sargent maakte de werkelijkheid niet mooier dan hij was en gaf zo een authentiek beeld van het oude ambacht van indigoverven, dat een lange traditie kende in Egypte. Daarmee onderscheidde hij zich van veel andere kunstenaars, die met geïdealiseerde exotische taferelen terugkwamen van hun reizen door de Oriënt.

Sargent schetste deze indigoververs in 1891, toen hij in Egypte was om inspiratie op te doen voor een opdracht om muurschilderingen te maken in de Boston Public Library. Deze schets zou daar overigens uiteindelijk niet voor worden gebruikt. In 1897-1898 werd hij voor het eerst in Boston tentoongesteld en door een criticus omschreven als ‘briljant en bondig’ maar onvoldoende uitgewerkt. Juist om die reden zal het doek Mesdag, die een grote liefde had voor schetsen, wel hebben aangesproken.

Egyptische indigoververs van John Singer Sargent is van 21 juni t/m 8 september 2013 te zien in de tentoonstelling Verbeelding van de Oriënt.

————————————————————————————–

John Singer Sargent (1856-1925), Egyptische indigoververs, 1891. Olieverf op doek. De Mesdag Collectie, Den Haag

John Singer Sargent (1856-1925)
Egyptische indigoververs

1891, olieverf op doek
De Mesdag Collectie, Den Haag

Jozef Israëls – Alleen

Mesdag had maar liefst 10.000 gulden over voor dit grote schilderij van zijn beste vriend Jozef Israëls. In die tijd was dat een fortuin. Het indrukwekkende werk had al meerdere (inter)nationale prijzen in de wacht gesleept toen Mesdag het bij een kunsthandel kocht, kort voor de opening van zijn Museum Mesdag.

De totale ontreddering die dit schilderij uitstraalt is vooral te danken aan de pose van de man. Zijn knokige werkhanden liggen op zijn knieën, zijn houding is verstild. Achter hem in het schemerduister ligt zijn pas gestorven vrouw, haar grauwe huidskleur onderscheidt zich bijna niet van het beddengoed.

Jozef Israëls schilderde vooral scènes uit het leven van eenvoudige boeren of vissers. Soms richtte hij zich daarbij op dit soort tragische momenten in hun bestaan. Hij schreef jaren na het voltooien van dit schilderij in zijn dagboek dat hij over het anecdotische aspect een discussie had gehad met Sientje Mesdag. Zij vond dat kunst helemaal geen verhaal hoefde te vertellen. Israëls was het hartgrondig met haar oneens en noteerde: ‘Een ‘‘gevoeld’’ werk is goed, al was het slecht geteekend.’

————————————————————————————–

Jozef Israëls (1824-1911), Alleen, ca. 1880-1881. Olieverf op doek, De Mesdag Collectie, Den Haag

Jozef Israëls (1824-1911)
Alleen

ca. 1880-1881. Olieverf op doek
De Mesdag Collectie, Den Haag

Willem Maris – De kalfjes

Willem Maris, de jongste van drie schilderende broers, was pas een jaar of 19 toen hij dit aandoenlijke schilderij maakte. De twee kalfjes staan wat onhandig op hun poten en schuren teder met de nekken tegen elkaar.

Opvallend zijn de vele licht-donkercontrasten die Maris aanbracht, zoals de tegenstelling tussen het witte en het zwarte kalfje, hun scherp gemarkeerde schaduw op de lichte zandgrond en het hek en de berkenbomen die zich aftekenen tegen de heldere lucht. Het zilverglanzende licht dat weerkaatst op de ruggen van de kalfjes was het handelsmerk van Maris. Zijn bekende uitspraak ’ik schilder geen koeien, maar de effecten van het licht’ wordt in dit verband vaak aangehaald. Dit licht viel doorgaans in de smaak, maar een enkele criticus bestempelde het als onnatuurlijk ‘komedielicht’.

Maris had avondlessen aan de tekenacademie gevolgd, maar trok er het liefst met zijn kunstenaarsvrienden op uit om zelf naar de natuur te studeren. Hij zou zijn hele leven dieren blijven schilderen. Zijn schilderijen van koeien waren populair en verkochten goed.

————————————————————————————–

Willem Maris (1844-1910) De kalfjes ca. 1863, Olieverf op doek De Mesdag Collectie Den Haag

Willem Maris (1844-1910)
De kalfjes

ca. 1863, Olieverf op doek
De Mesdag Collectie Den Haag

Charles-François Daubigny – Rotsen bij Villerville-sur-Mer

Geen kunstenaar is zo goed vertegenwoordigd in De Mesdag Collectie als Charles-François Daubigny. Het kustlandschap Rotsen bij Villerville-sur-Mer is een van de maar liefst 25 schilderijen en tekeningen in de verzameling. Mesdag kocht dit indrukwekkende landschap in 1885. Hij had een grote liefde voor Daubigny’s werk en organiseerde in 1890 zelfs een geheel aan deze Franse kunstenaar gewijde tentoonstelling in Den Haag.

Met een heel scala aan grijstinten heeft Daubigny de dreigende wolkenluchten laten samenpakken boven de Normandische kustplaats Villerville-sur-Mer. Alleen het witte mutsje van een vrouw licht op tegen de donkere begroeiing, net als de gevel van een huis verderop in het hoger gelegen dorpje. Toen Daubigny dit schilderij in 1864 maakte zag het er nog anders uit. Hij bewerkte het jaren later nog twee keer voordat hij tevreden was. In 1872 bracht hij de laatste aanpassingen aan: hij veranderde de voorgrond van licht naar donker en zette de lucht zwaarder aan.

Daubigny was een van de eerste schilders die zijn werkterrein grotendeels verlegde van zijn atelier naar buiten. Dat was mogelijk geworden dankzij nieuwe uitvindingen als die van de verftube en de draagbare schildersezel halverwege de negentiende eeuw. Lang is gedacht dat dit het eerste schilderij was dat ooit helemaal buiten werd geschilderd. Het ‘bewijs’daarvoor werd onder meer afgelezen aan krassen in de verf, die veroorzaakt zouden zijn door de horens van langslopende koeien. Bij röntgenonderzoek bleken deze ‘krassen’ echter sporen van een paletmes, waarmee Daubigny ruw en snel de onder de verf gelegen grondlaag op het doek had aanbracht.

————————————————————————————–

Charles-François Daubigny (1817-1878), Rotsen bij Villerville-sur-Mer, 1864-1872. Olieverf op doek. De Mesdag Collectie, Den Haag

Charles-François Daubigny (1817-1878)
Rotsen bij Villerville-sur-Mer

1864-1872, olieverf op doek
De Mesdag Collectie, Den Haag

Matthijs Maris – De bruid

De bruid is een van de eerste schilderijen die Mesdag aanschafte. In het begin van de jaren ’70 kocht hij het werk van Matthijs’ jongere broer en collega-kunstenaar Willem Maris. Mesdag was een vroege bewonderaar van Matthijs Maris en kocht meerdere van zijn schilderijen. Volgens de overlevering ‘gromde [Mesdag] zijn tevredenheid’ toen twee bezoekers zich in zijn bijzijn positief over het werk uitlieten.

Matthijs Maris was een beetje een buitenbeentje. Hij wordt weliswaar tot de Haagse School gerekend, maar zijn sprookjesachtige figuurstukken en droomlandschappen zijn heel anders van aard dan de realistische kunst van zijn broers Jacob en Willem en hun tijdgenoten. In dit intrigerende werk toont Maris zich dan ook eerder een voorloper van de symbolisten.

Het schilderij is niet makkelijk te duiden. Waarschijnlijk ging het Maris er vooral om de onschuld en de innerlijke belevingswereld van het jonge bruidje uit te drukken. Ze is zo gestileerd weergegeven dat ze iets ongrijpbaars heeft en ze lijkt ver van de werkelijkheid af te staan. Het meisje heeft een boek in de ene hand en naar het lijkt in de andere een bloem. Op de achtergrond zijn de contouren van een glas-in-loodraam zichtbaar, waaruit je kunt opmaken dat zij zich in een kerk bevindt.

Maris schilderde het jonge meisje met ingetogen kleuren en gebruikte transparante lagen verf. Dat versterkt het tere karakter van dit werk. De kleuren zijn in de loop der tijd donkerder geworden waardoor het schilderij er nu anders uitziet dan toen de kunstenaar het maakte.

 

 

————————————————————————————–

Matthijs Maris (1839-1917), De bruid. 1868-1869, olieverf op doek. De Mesdag Collectie, Den Haag

Matthijs Maris (1839-1917)
De bruid

1868-1869, olieverf op doek
De Mesdag Collectie, Den Haag

Emile Breton – De kraaien

In augustus 1872 schreef Mesdag de Franse kunstenaar Emile Breton een brief, waarin hij hem voorstelde een van zijn eigen schilderijen te ruilen voor een winterlandschap van Breton. Mesdag, die twee jaar eerder als schilder was doorgebroken op de Salon van Parijs, was in die tijd nog een beginnend verzamelaar. De ruil liep op niets uit, maar Mesdag bemachtigde niet veel later De kraaien, bij kunsthandel Goupil in Den Haag. Het was het eerste Franse schilderij dat hij bezat.

De kraaien die dit sneeuwlandschap bevolken, komen af op een mestkar, die hartje winter zijn mest uitrijdt. De zwerm vogels, die zich bijna als in een draaikolk in een neerwaartse beweging op de mest stort, geeft het schilderij een grote dynamiek. Emile Breton schilderde het landschap naar alle waarschijnlijkheid in Courrières, een plaats in Noord-Frankrijk tussen Lille en Arras, waar hij zijn hele leven woonde. Hij begon pas op wat latere leeftijd te schilderen en kreeg aanvankelijk les van zijn broer, Jules Breton (1827-1906), die in Gent en Parijs was opgeleid en een succesvol kunstenaar was.

Mesdag, die bekend zou worden met zijn zeegezichten, maakte in de vroege jaren zeventig ook een aantal winterlandschappen. Hij kende het werk van Emile Breton van tentoonstellingen in Parijs en kocht twee schilderijen van deze kunstenaar, die zich gespecialiseerd had in winterse en nachtelijke voorstellingen. De kraaien hing Mesdag op in de tuinkamer van zijn huis aan de Laan van Meerdervoort.

————————————————————————————–

Emile Breton 1831-1902. De kraaien, 1870. Olieverf op doek. De Mesdag Collectie, Den Haag

Emile Breton (1831-1902)
De kraaien

1870, olieverf op doek
De Mesdag Collectie, Den Haag

Schaal met voorstellingen van een porseleinfabriek

Net als veel andere 19de-eeuwse verzamelaars in ons land, had Hendrik Willem Mesdag grote belangstelling voor Aziatische kunstnijverheid. Deze Japanse porseleinen schaal is een bijzonder voorbeeld uit zijn collectie.

De blauwe decoratie van deze grote schaal illustreert in negen scènes het maakproces van Japans porselein, als een soort stripverhaal. Zo is de winning van de grondstof in de steengroeve afgebeeld, evenals het bewerken van de klei en het vormen van het steengoed. Ook het beschilderen, glazuren en afbakken en de uiteindelijke verkoop van het voltooide aardewerk is te zien op de schaal.

Alle negen voorstellingen tonen specifieke details van het productieproces. In de centrale afbeelding is bijvoorbeeld te zien hoe de klei eerst wordt losgekneed en vervolgens op verschillende manieren wordt gevormd, zowel met een pottenbakkerswiel als met behulp van een mal. Je zou kunnen zeggen dat de porseleinmaker hier zijn eigen vakmanschap aanprijst.

Mesdag, die een grote fascinatie had voor het werkproces van andere kunstenaars, voelde zich naar alle waarschijnlijkheid juist daarom door het motief van deze schaal aangesproken. Er is slechts één vergelijkbare schaal bekend. Die bevindt zich in het keramiekmuseum in Arita, Japan – de plaats van vervaardiging zelf. Mesdag bezat hiermee dus een uitzonderlijk kunststuk.

————————————————————————————–

Schaal met voorstellingen van een porseleinfabriek, 1830-1860, Japans porselein, De Mesdag Collectie, Den Haag

Schaal met voorstellingen van een porseleinfabriek

1830-1860, Japans porselein
De Mesdag Collectie, Den Haag

Jean-François Millet – Rustende wijngaardenier

Met deze wijdbeens gezeten wijnboer, met zijn vieze voeten en afgepeigerde verschijning, oogstte Jean-François Millet aanvankelijk weinig lof. Het realistische beeld van het harde boerenbestaan dat hij zijn publiek in deze pasteltekening voorschotelde, werd wel erg direct gevonden. Eén criticus bestempelde de boer zelfs als een ‘wild beest’.

De artistieke kwaliteiten van het werk staan echter buiten kijf. Millet was een meester in het werken met de kwetsbare pasteltechniek. Met fel zonlicht, korte schaduwen en vibrerende lijnen in de lucht heeft hij het effect van het warmste moment van een zomerse dag weten te vangen.

Jean-François Millet (1814-1875) was een van de toonaangevende schilders van de zogenoemde School van Barbizon. Hij was in 1849 na het uitbreken van een cholera-epidemie uit Parijs vertrokken en had zich in het dorpje Barbizon bij de bossen van Fontainebleau gevestigd. Hij zou er voor altijd blijven. Millet schilderde en tekende vooral het boerenleven en was daarmee een voorbeeld voor vele kunstenaars.

Mesdag kocht deze tekening rond 1891-’92 bij een Parijse kunsthandel, na enige aarzeling, vanwege de hoge prijs. Het was de derde en tevens laatste pastel van Millet die Mesdag aan zijn kunstcollectie toe zou voegen.

————————————————————————————–

Jean-François Millet (1814 - 1875), Rustende wijngaardenier, 1869, pastel en zwart krijt op papier. De Mesdag Collectie, Den Haag

Jean-François Millet (1814 - 1875)
Rustende wijngaardenier

1869, pastel en zwart krijt op papier
De Mesdag Collectie, Den Haag

Louis Comfort Tiffany – Twee vazen

De kunstvoorwerpen in De Mesdag Collectie komen uit alle windstreken. Deze vaasjes met hun prachtige matgouden glans zijn gemaakt in de ateliers van de Amerikaanse glaskunstenaar Louis Comfort Tiffany (1848-1933), die vooral bekend is geworden met de veelkleurige glazen Tiffany lampen.

Louis Comfort Tiffany was gefascineerd door de bijzondere manier waarop oud glas verweert. Hij verzamelde antieke glazen voorwerpen en wilde de regenboogkleurige glans daarvan nabootsen. Na veel experimenteren lukte het hem om dit zogenaamde iriseringsproces te evenaren. Door verhit glas tijdens de productie te bewerken met damp van verschillende zuren slaagde hij erin allerlei kleuren tevoorschijn te toveren. Hij patenteerde zijn methode in 1894 en noemde zijn vinding Favrile glas, een verbastering van het Italiaanse woord fabrile, dat ambachtelijk betekent.

Bij het onderzoek naar de kunstobjecten in de collectie dat gaande is, bleek dat het kleinere, bolbuikige vaasje niet lang nadat het gemaakt is door Mesdag is verworven. Het is ontstaan tussen 1901-1905, in de periode dat Tiffany op alle grote wereldtentoonstellingen prijzen won met zijn kunstige glaswerk. Mesdag, die op de meeste van deze exposities ook zelf werk had hangen was, zoals ook weer uit deze aankoop blijkt, altijd goed op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op artistiek gebied.

————————————————————————————–

Louis Comfort Tiffany (1848-1933),Twee vazen, geïriseerd glas,1901-1905 en 1896-1900. De Mesdag Collectie, Den Haag

Louis Comfort Tiffany (1848-1933)
Twee vazen, geïriseerd glas

1901-1905 en 1896-1900
De Mesdag Collectie, Den Haag

Jacob Maris – Molen

Mesdag kocht vaak schilderijen van bevriende kunstenaars. Dat geldt ook voor het landschap Molen, van zijn vriend Jacob Maris, dat hij op 1 augustus 1879 verwierf. Toch verliep de aankoop niet direct, maar via tussenkomst van de Haagse kunsthandel Goupil, die volgens een contract het alleenrecht had op de verkoop van al Maris’ werk.

Al in de 17de eeuw was het Hollandse landschap met haar typische luchten en karakteristieke molens een vertrouwd thema binnen de Nederlandse schilderkunst. In de 19de eeuw was het nog steeds een geliefd motief en de Haagse School-kunstenaar Jacob Maris was een meester in het genre. Maris woonde sinds 1871 met zijn gezin in Den Haag, waar de vele molens aan de rand van de stad een grote inspiratiebron voor hem vormden. Hier is niet een bestaande molen afgebeeld, maar een samenstelling van verschillende molens waar Maris tijdens zijn wandelingen in de polder langs liep. Maris verlaagde de horizon, waardoor de molen boven het landschap uittorent.

Maris was een van de meest succesvolle schilders van zijn tijd. Tijdgenoten en critici typeerden zijn werk wel als een muziekspel, waarin hij de componist was die de kleuren in harmonie kon brengen. Met opvallende kleuraccenten wist hij de kijker te verrassen. Kijk bijvoorbeeld naar de opvallende gele bloemen in het groene veld op de voorgrond, de zacht-oranje molenwieken of het mosterdgele paardenzadel. Ook het blauw van de kar steekt sterk af tegen de rode daken van de omliggende huizen.

Maris gebruikte verschillende schildertechnieken om het gewenste resultaat te krijgen. De gemarmerde effecten in de lucht creëerde hij door nat-in-nat te schilderen en vervolgens schilderde hij de wieken van de molen over de al gedroogde verf.

————————————————————————————–

Jacob Maris (1837- 1899), Molen, 1879. Olieverf op doek. De Mesdag Collectie, Den Haag

Jacob Maris (1837- 1899)
Molen

1879, Olieverf op doek
De Mesdag Collectie, Den Haag

Johannes Hendrik Weissenbruch – 
Landschap

Weissenbruch schilderde het liefst de natuur, in stemmige kleuren en met losse penseelstreken. Dat is mooi te zien in dit Landschap, een nieuwe aanwinst in De Mesdag Collectie, dat een prachtige aanvulling vormt op de collectie.

Vanaf de jaren 1870 trok Weissenbruch steeds verder weg van de stad Den Haag, op zoek naar nieuwe natuurgebieden die als inspiratiebron konden dienen voor zijn schilderijen. Hij was vaak te vinden in de omgeving van Nieuwkoop en Noorden, waar hij tijdens zijn vele wandelingen het waterrijke polderlandschap optekende in zijn schetsboeken.

Toch werkte Weissenbruch niet alleen maar in de openlucht; veel van zijn schilderijen kwamen in zijn atelier tot stand. Zoals een tijdschriftartikel uit 1892 Weissenbruchs manier van werken beschreef: “Doch het liefst werkte hij naar krabbels of teekeningen, waarin hij al het karakter van het landschap weet neer te leggen. ‘Ik droom daar de kleur in’, zegt hij.”

Met name de dik geschilderde wolkenlucht verraadt dat de schilder lang aan dit werk heeft doorgewerkt en eindeloos streken verf is blijven toevoegen. Hij speelt in vele tinten grijs met het licht, dat door het water wordt weerspiegeld. De begroeiing van het landschap heeft hij daarentegen eenvoudig gelaten en alleen de kerktoren rechts doorbreekt de beboste horizon.

Mesdag bezat weliswaar enkele aquarellen van zijn Haagse collega, maar dit Landschap is het eerste schilderij van Weissenbruch binnen De Mesdag Collectie. Het vormt zodoende een mooie toevoeging op de verzameling. Bovendien sluit het werk goed aan bij de olieverfschetsen die Mesdag verzamelde van landschapschilders uit de Haagse School.

Het schilderij – een legaat van mevrouw C.L. Kayser aan het Mauritshuis, Den Haag, en overgedragen aan het Van Gogh Museum in 2011 – is vanaf deze zomer te zien op de bovenste verdieping in De Mesdag Collectie.

————————————————————————————–

Johannes Hendrik Weissenbruch (1824-1903), 
Landschap, ca. 1882-1903. 
Olieverf op paneel. Legaat mevrouw C.L. Kayser aan het Mauritshuis, Den Haag, overgedragen aan het Van Gogh Museum in 2011

Johannes Hendrik Weissenbruch (1824-1903)

Landschap

ca. 1882-1903
. Olieverf op paneel
Legaat mevrouw C.L. Kayser aan het Mauritshuis, Den Haag,
overgedragen aan het Van Gogh Museum in 2011

Théodore Rousseau – Moord op de onschuldigen

Mesdag bezat een hele serie bosgezichten van de Franse kunstenaar Théodore Rousseau, variërend van uitgewerkte tekeningen tot los geschilderde olieverfschetsen. Moord op de onschuldigen, een groot doek uit 1847, is het meest bijzondere daarvan. De titel doet een imposant en bloederig historiestuk vermoeden, maar Rousseaus ‘slachtpartij’ bestond uit het omhakken van een stel bomen in het bos.

Théodore Rousseau was een van de belangrijkste kunstenaars uit de School van Barbizon.
Net als andere schilders die tot die School gerekend worden,  werkte hij bij voorkeur in de bossen van Fontainebleau, zo’n 50 km van Parijs. Dit oude jachtwoud van de Franse koningen was altijd ongerept gebleven.

De kunstenaar aanschouwde tijdens een boswandeling echter hoe houthakkers grote oude eiken omhakten. Geschokt maakte hij er ter plaatse een schets van. De volgende dag werkte hij de tekening in zijn atelier uit tot dit schilderij. Met enige moeite zijn de houthakkers hierop te ontdekken: zagend in de bomen en hangend aan de touwen. Het doek is onvoltooid gebleven. Rousseau bleef er tot het einde van zijn leven aan werken en hield het in zijn atelier als herinnering aan de ‘moordpartij’ in het bos.

De betekenis en de emotionele lading van de voorstelling zijn krachtig en overtuigend neergezet. Het schetsmatige karakter van dit werk maakte het uitermate aantrekkelijk voor Mesdag, die een grote voorkeur had voor studies en schetsen waarin de hand van de kunstenaar nog duidelijk te zien was.

————————————————————————————–

Théodore Rousseau (1812-1867). Moord op de onschuldigen, 1847. Olieverf op doek. De Mesdag Collectie, Den Haag

Théodore Rousseau (1812-1867)
Moord op de onschuldigen

1847, Olieverf op doek
De Mesdag Collectie, Den Haag

Sientje Mesdag-van Houten – Hondekop: Nero

De Newfoundlander Nero was de trouwe metgezel van Hendrik Willem en Sientje Mesdag. Dit hondenportret maakte Sientje in 1875, enkele jaren nadat zij met olieverf begon te werken. In die periode  koos zij vooral onderwerpen uit haar directe omgeving.  Zij schilderde voorwerpen en bloemen uit eigen huis en tuin, en de honden Jolie, King-Charles en Nero.

Dit is niet het enige portret dat Sientje van Nero maakte, er zijn nog twee andere werken bekend waarvoor hij model stond. De hond is levensecht  neergezet, met  een glimmende neus en grote, trouwe ogen. Ook de stralende vacht is knap geschilderd, met losse en brede penseelstreken. Het portret van Nero bleef niet onopgemerkt in de media. In 1891 werd in Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift lovend geschreven over ‘zijn kop, den zwarten, die karakteristiek is weergegeven en fraai afkomt van den witten achtergrond.’

Sientje Mesdag  maakte al snel naam als kunstenares en haar stillevens, landschappen en portretten kregen goede kritieken. Zij groeide uit  tot een van de meest invloedrijke  Nederlandse  vrouwelijke kunstenaars van haar tijd doordat zij vele kunstenaressen stimuleerde en ondersteunde.  Ook kocht zij van velen van hen werk aan voor het toenmalige Museum Mesdag, dat zij en haar man in 1887 naast hun huis lieten bouwen.

————————————————————————————–

Sientje Mesdag-van Houten (1834-1909), Hondekop: Nero, 1875. Olieverf op doek. De Mesdag Collectie, Den Haag

Sientje Mesdag-van Houten (1834-1909)
Hondekop: Nero

1875, Olieverf op doek
De Mesdag Collectie, Den Haag

Gustave Courbet – Stilleven met appels

Op dit stilleven met overrijpe appels in een landschap schilderde Courbet rechtsonder het opschrift ‘Ste.-Pélagie’. Het was de naam van de gevangenis waar hij vanaf september 1871 een half jaar doorbracht als politiek gevangene.

Courbet was opgepakt voor zijn actieve rol in het revolutionaire stadsbestuur van Parijs tijdens de Frans-Duitse oorlog van 1870-’71, de zogenaamde Commune de Paris. Vanuit de gevangenis klaagde hij dat hij weliswaar toestemming had om te schilderen, maar dat hij zonder model maar weinig kon beginnen. Zijn zusje Zoé bracht hem daarom vruchten en bloemen, zodat hij stillevens kon maken.

Deze rode en gele appels appels zijn niet op een mooie schaal gepresenteerd, maar liggen buiten op de grond. Courbet toont ze als een achteloze verzameling valappels in een donker landschap. Het fruit vertoont rotte plekken, waarvan wel gedacht wordt dat ze een verwijzing zijn naar de geestelijke en maatschappelijke schade die de kunstenaar leed door zijn gevangenschap.

Courbet buitte het feit dat hij om politieke redenen gevangen had gezeten ook uit. Hij wist zijn imago als revolutionair in te zetten voor zijn financieel gewin. De schilderijen die Courbet in Ste.-Pélagie schilderde vonden namelijk gretig aftrek bij zijn politieke medestanders. Dat bracht hem ertoe de naam van de gevangenis en de datering ’71 ook op enkele stillevens te zetten die hij pas na zijn vrijlating in 1872 maakte. Dit schilderij, dat Mesdag in 1886 kocht, is een fraai voorbeeld van zo’n geantedateerd werk.

————————————————————————————–

Kunstwerk van de maand mei

Gustave Courbet (1819-1877)
Stilleven met appels

1872, Olieverf op doek
De Mesdag Collectie, Den Haag

Antonio Mancini – In gedachten verzonken

Antonio Mancini’s In gedachten verzonken is een van de maar liefst vijftien werken die het museum van deze kunstenaar bezit. Toch is dit nog slechts een fractie van het totale aantal kunstwerken dat Mesdag ooit van de Italiaanse schilder in handen kreeg. In de twintig jaar dat Mesdag zich als mecenas van Mancini opstelde, verwierf hij zo’n 150 van zijn werken.

Mesdag en Mancini hadden een bijzondere overeenkomst. Vanaf 1885 stuurde Mesdag regelmatig geld naar de Italiaanse kunstenaar in Rome, die hem in ruil daarvoor schilderijen en tekeningen zond. Hij had veel vertrouwen in Mancini, en liet hem volledig vrij in wat hij maakte. Sommige werken hield Mesdag zelf, maar het grootste deel van de schilderijen en tekeningen verkocht hij door aan anderen. De kunstenaars hebben elkaar in al die jaren nooit ontmoet.

Mancini stuurde In gedachten verzonken waarschijnlijk direct na voltooiing naar Den Haag. Mesdag toonde het op een solotentoonstelling die hij in 1899 in Dordrecht organiseerde. Het was een van de drie exposities die hij in de loop der jaren over de kunstenaar zou samenstellen. Mancini was op dat moment, mede dankzij Mesdags mecenaat, al een gevestigd kunstenaar.

Dit schilderij is een van Mancini’s vele figuurstukken. Het is meer een studie van een bepaalde expressie dan een werkelijk portret. De afgebeelde vrouw is Mancini’s nichtje Agrippina Ruggeri, dat vaker model stond voor de kunstenaar. Mancini werkte met grove penseelstreken. Het spel van kleur en licht dat hij met zijn royale verfopbreng bereikte, komt goed tot uiting in de ingewikkelde plooival van de felgroene zijden rok. Het gezichtvan het meisje is een stuk fijner geschilderd, om de intensiteit van haar peinzende blik te versterken.

Vanaf 18 april 2012 is een kleine presentatie over Mesdag en Mancini in het museum te zien.

————————————————————————————–

Antonio Mancini, (1852-1930), In gedachten verzonken (detail), ca. 1895-1898, Olieverf op doek, De Mesdag Collectie Den Haag

Antonio Mancini, (1852-1930)
In gedachten verzonken (detail)

ca. 1895-1898, Olieverf op doek
De Mesdag Collectie Den Haag

Theodoor Colenbrander – Wandbord ‘Kool’

Naast schilderijen en tekeningen verzamelde Mesdag vele siervoorwerpen, waaronder keramiek van de Nederlandse ontwerper Theodoor Colenbrander. Het wandbord met decor ‘Kool’ is een van de mooiste objecten uit deze deelcollectie.

Colenbrander was vanaf 1884 aan de Haagse Plateelbakkerij Rozenburg verbonden, en zou dat tot halverwege 1889 blijven. Mesdag was enthousiast over zijn ontwerpen en werd aandeelhouder  van Rozenburg. Samen met zijn vrouw Sientje kocht hij in totaal 165 stukken van Colenbranders sieraardewerk, om er zijn huis en zijn museum mee te decoreren. Het echtpaar bezat daarmee in die tijd het enige representatieve overzicht van zijn werk en kocht zelfs stukken die mislukt waren.

Colenbrander was een goede bekende van het echtpaar Mesdag. Hij verzorgde de gehele aankleding van hun huis, en was verantwoordelijk voor de keuze van goudkleurige wanden, kleurige tapijten en het destijds opvallend rood geschilderde trappenhuis, waar bezoekers steevast hun verbazing over uitspraken.

Colenbranders decoratieve aardewerk viel direct op toen het op de markt kwam. Zijn ontwerpen waren vernieuwend, met heldere kleuren en geabstraheerde vormen.  Hij gaf zijn decors meestal namen die naar natuurlijke motieven verwijzen, zoals ‘Pauw’, ‘Tulp’ of ‘Kool’. Dit wandbord uit 1886 ontleent zijn naam aan de gestileerde kolen, die in krullende lijnen zijn weergegeven en onderdeel uitmaken van een ritmisch patroon. Het opvallende kleurgebruik waar Colenbrander om bekend stond uit zich hier in de frisse combinatie van lichtroze en diepgroen.

————————————————————————————–

Theodoor Colenbrander (1841-1930). Wandbord ‘Kool’. 1886, Aardewerk, Ø 23,4 cm. De Mesdag Collectie, Den Haag

Theodoor Colenbrander (1841-1930)
Wandbord ‘Kool’

1886, Aardewerk, Ø 23,4 cm
De Mesdag Collectie, Den Haag

Hendrik Willem Mesdag – De nieuwe havenwerken te Enkhuizen

De nieuwe havenwerken te Enkhuizen (1885-1886) is een uniek schilderij in het oeuvre van Hendrik Willem Mesdag. Heel  anders dan in zijn andere werk is hier een hoofdrol weggelegd voor de nieuwste ontwikkelingen van de moderne tijd.

Mesdag werd vooral bekend met zijn voorstellingen van bomschuiten op het strand, het vissersleven in het pittoreske Scheveningen of schepen voor de kust. Voor De nieuwe havenwerken te Enkhuizen koos hij verrassend genoeg een onderwerp uit de actualiteit: de aanleg van de spoorverbinding tussen Enkhuizen en Amsterdam en de daaraan gekoppelde spoorhaven voor een veerdienst naar Stavoren. De arbeiders en de locomotieven met rookpluimen geven een goed beeld van de bedrijvigheid. De heldere, koele kleuren van het Hollandse landschap komen sinds een recente restauratie weer mooi tot hun recht.

Naast de thematiek van De nieuwe havenwerken te Enkhuizen valt ook de bijna oneindige uitgestrektheid van het landschap op, die nog benadrukt wordt door het langwerpige formaat van het doek. Daarmee doet het schilderij denken aan het Panorama van Scheveningen, dat vijf jaar eerder gereed kwam, in 1881. In het Panorama legde Mesdag het weidse uitzicht vast vanaf het Seinpostduin, niet lang voordat het afgegraven werd om plaats te maken voor een uitbreiding van de steeds mondainere badplaats Scheveningen. Het Panorama was daarmee een protest tegen dezelfde oprukkende moderne tijd die hij enkele jaren later juist nauwgezet vastlegde in De nieuwe havenwerken te Enkhuizen.

————————————————————————————–

Hendrik Willem Mesdag (1831-1915), De nieuwe havenwerken te Enkhuizen. 1885-1886, Olieverf op doek. De Mesdag Collectie, Den Haag

Hendrik Willem Mesdag (1831-1915)
De nieuwe havenwerken te Enkhuizen

1885-1886, Olieverf op doek
De Mesdag Collectie, Den Haag